we liepen gisteren door het bos,
want daar mogen mijn honden los.
ik hoorde een gepiep
en zei, Hugo wat doe jij daar in het geniep.
Oh kijk eens wat ik hier vind,
niet eens een kado van de sint.
Moet je toch eens kijken,
doet het niet op een hondje lijken?
Hugo jij bent abuis,
dit is toch niet pluis,
Dit is een lief klein konijntje,
dat is ieder het zijntje.
we nemen hem maar mee naar huis,
kan hij kijken naar de buis.
hij is een weekje of zes en hongerig als een wolf, dus krijgt hij lekkers, in een grote golf.
we voeden hem op tot hij groot genoeg is dan mag hij weer terug naar het bos, waar hij thuis hoort.